Gewone zandmuur

Gewone zandmuur
Arenaria serpyllifolia
Anjerfamilie

Veel kleine, onaanzienlijke plantensoorten weten eenvoudig door hun geringe afmetingen en bescheiden voedseleisen te overleven. Een bijzonder succesrijk voorbeeld hiervan is de gewone zandmuur. Het is een plantje dat zelden een hoogte van 10 cm bereikt en vaak een bossige groei vertoont. Het bloeit van de lente tot aan de eerste vorst met kleine bloemen die stervormig openstaan.

Gewone zandmuur komt als cultuurvolger overal op de wereld voor op zonnige, kale, droge zandgrond. In Nederland is het kleine plantje vrij algemeen, behalve op de zandgronden in het noordoosten. In stedelijke gebieden is het een bewoner van begraafplaatsen.Talrijk verschijnt het op spoorwegterreinen en ook op perrons kun je het regelmatig tegen komen. Zandmuur groeit vaak op straat. In Breda zagen we hem toevalligerwijs voor het eerst aan de Zandbergweg en op het Zandbergplein!

Het geslacht Arenaria was tot voor kort in Nederland alleen maar vertegenwoordigd door de soort serpyllifolia. Inmiddels is een tweede soort, tengere zandmuur (Arenaria leptoclados) aan een opmars vanuit het zuiden begonnen. Hij is al gesignaleerd in Zeeland. Het belangrijkste onderscheid tussen die twee ligt in het openspringen van de doosvrucht. De vrucht van zandmuur is dikwandig. Bij samendrukken, als hij rijp is, springt hij hoorbaar open. De dunwandige vruchten van tengere zandmuur springen geruisloos open.

De geslachtsnaam ‘Arenaria’ betekent ‘op zand groeiend’ en de soortaanduiding ‘serpyllifolia’ ‘tijmachtige blaadjes’.
De Nederlandse naam ‘zandmuur’ is voor het eerste gedeelte wel duidelijk.  ‘De betekenis van ‘muur’ is dat niet. Het woord is erg oud en heeft een beperkte West-Germaanse verspreiding. Mede omdat het een plantennaam is, denkt men daarom dat het een substraatwoord is. Dat is een woord uit een taal die de Germanen hier aantroffen.

tekst van; : http://www.stadsplantenbreda.nl/products/gewone-zandmuur/