Seringen

Seringen

Sering is wel de bekendste bloeiende struik in de maand mei. Er zijn tientallen variëteiten van gewone sering en dito soorten. Wit, purper en roze zijn het meest als kleur in zwang. Voor versieringen en verwerkt in een grafboeket wordt de sering veel gebruikt. Voor verschillende doeleinden wordt de sering vrijwel het hele jaar in de kas getrokken.

Sering is geschikt voor kleine en grote tuinen en alles wat daartussen zit. Een juiste snoeiwijze voorkomt dat je halsbrekende toeren moet uithalen om bloeiende takken te snijden of dat je door de hoogte van de struik bijna geen bloemen meer ziet.

Van de sering zijn twee ondergeslachten van belang: de gewone sering (Syringa vulgaris) als ingedeeld in de groep Eusyringa. De ligustersering behoort tot de Ligustrina-groep. Ligusterseringen zijn kleinbloemig en wit van kleur. Voor de tuin is de eerste groep van belang. De Eusyringa’s zijn weer onderverdeeld in Villosae en Vulgares. Essentieel verschil tussen deze twee is, waaruit de nieuwe scheut tevoorschijn komt. Bij Villosae komt de scheut uit de middelste eindknop, de Vulgares heeft geen middenknop, de scheut(en) komen uit twee (zij)knoppen.
De sering behoort tot de familie van de olijfachtigen (Oleaceae). Veel soorten komen uit China en Korea. Onze gewone sering komt uit Zuid-Europa. Om variëteiten goed te laten bloeien en groeien worden ze geënt, geoculeerd of door spleetgriffeling op een onderstam van Syringa vulgaris gezet. Onderstammen worden uit zaad verkregen.

tekst van; http://www.neerlandstuin.nl/struiken/syringa.html