Knobbelzwaan

Knobbelzwaan
zwanen
zwanen met jongen

De knobbelzwaan werd in de 16e en 17e eeuw in Europese landen ingevoerd. Vroeger waren ze alleen in gevangenschap te zien, maar tegenwoordig leven ze bij ons vooral in het wild.

Soortbescherming

De knobbelzwaan zijn bij ons niet bedreigd en worden een plaag in bepaalde gebieden door het grote voedselaanbod.

Leefwijze

Zwanen verdedigen hun eenmaal afgebakende territorium fanatiek: het mannetje kan daarbij zeer agressief worden. Hij neemt dan een dreigende houding aan waarbij hij zijn vleugels wijd uitspreidt, zijn kop laat zakken, en luid sissend op de indringer af gaat. Zoals alle eendachtigen verliezen zwanen in de rui plotseling hun slagpennen, zodat ze niet meer kunnen vliegen. Om toch altijd hun jongen te kunnen verdedigen als het nodig is, raakt het vrouwtje in de rui zolang de jongen nog klein zijn en begint de rui bij het mannetje pas als bij het vrouwtje de belangrijkste veren weer aangroeid zijn. In Midden-Europa en op de Britse Eilanden blijven de knobbelzwanen zelfs s’winters in hun broedgebied en trekken maar zelden weg. Veel van hen verlaten wel hun broedgebieden, en vormen op nabij gelegen wateren kleine zwermen. In Scandinavië ondememen zwanen elk jaar een lange trektocht. Van hun broedplaatsen bij de inlandse meren die in de winter dichtvriezen, trekken ze elke herfst naar de kust van de Oostzee

tekst van; http://www.dierenstuff.nl/informatie-over-de-knobbelzwaan/