knotwilg

knotwilg

Een  knotwilg of knoot hoort typisch thuis in de Hollandse poldergebieden. Knoten zijn niet alleen beperkt tot het westen van het land. Op alle vochtige gronden in Nederland zijn wel geknotte wilgen te vinden.

Aanvankelijk dienden geknotte wilgen om enige beschutting tegen wind te geven. Tegenwoordig wordt de architecturale verschijningsvorm op prijs gesteld en niet in de laatste plaats is het een biotoop voor vogels en planten.

Knoten begeleiden menige poldersloot, polderweg en boerenkavel. Geknotte wilgen langs een weidekavel hebben het voordeel, dat er genoeg licht en regen kan doordringen tot op de grond onder de boom. Het is geenszins in concurrentie met de grasproductie voor de beweiding met vee. Heel vroeger was wilgenhout gewoon brandstof voor in de keuken en nog ver daarvoor, in het Neolithicum, dankbaar bouwmateriaal voor de eerste, eenvoudige woningen. Knotwilgen worden angstvallig in stand gehouden, omdat ze zo typerend zijn voor bepaalde landschappen. Vroeger door de boeren, tegenwoordig door voornamelijk enthousiaste vrijwilligers in het kader van landschapsbeheer. Het knotten van witte of schietwilg (Salix alba) moet regelmatig worden uitgevoerd.

tekst van; http://www.neerlandstuin.nl/bomen/knotwilg.html