lampion-bloem

lampion-bloem

Physalis-(lampionplant)
Physalis-(lampionplant)

 

 

 

 

 

Onkruid wordt deze plant wel genoemd. Dit niet vanwege het fraaie omhulsel rond de bes, maar door z’n woekerende karakter en soms gigantische hoogte.

De lampionplant is inheems in Japan en komt als ‘onkruid’ voor in Centraal- en Zuid-Europa. Het plantengeslacht is familie van de nachtschade (Solanaceae).
De lampionplant neemt genoegen met schrale grond. Elke zandige grond of grond met weinig humus is nog goed genoeg voor deze plant. Naarmate er meer humus in de grond voorkomt, zal de plant er alleen maar hoger door groeien. De plant is een beetje giftig, maar niet erger dan het familielid de tomaat.

Physalis, zoals de plant botanisch is gedoopt, ontleent z’n naam aan het ballonvormige omhulsel van de besvrucht. Op oude schilderijen komt deze geregeld voor om een herfststemming uit te drukken. Het Griekse woord physa(lis) betekent letterlijk blaas. Het opgeblazen vruchtomhulsel is niet de bloem. De bloem zelf is volstrekt onbetekend. Ze verschijnen in juni – juli. Na de bloei vormt zich het omhulsel van de vrucht. De vrucht = bes heeft een oranje-gele kleur en is niet zichtbaar door het omhulsel eromheen. We kennen de plant dan ook meestal alleen maar als snij- of gedroogde bloem met die opvallende (circa 5 cm grote) oranjerode kegelvormige ‘bloemen’

tekst van; http://www.neerlandstuin.nl/planten/lampion.html