Mannetjesereprijs

De plant is ruw behaard, naar boven klierharig. Uit den vertikalen wortelstok komt een vrij stevige, kruipende, zodenvormende, naar boven opstijgende, aan den voet vertakte stengel. De bladen zijn tegenoverstaand, omgekeerd eirond, elliptisch of langwerpig-omgekeerd eirond, kort gesteeld, gekarteld-gezaagd, zij zijn eenigszins stijf.

 

De bloemen zijn klein en staan in aarvormige trossen, die meest alleen in den oksel van een blad van een bladpaar staan, zij zijn veelbloemig en tamelijk dicht. De bloemstelen zijn korter dan het schutblad en de kelk, in den knop- en in den vruchttoestand rechtopstaand. De kelk is behaard met 4 weinig ongelijke, lancetvormige slippen. De bloemkroon is lichtblauw met donkerder aderen, zelden wit, zij is langer dan de kelk. De stijl is even lang als de doosvrucht. De laatste is langer dan de kelk, stomp of stomphoekig uitgerand, klierachtig behaard, driehoekig-omgekeerd hartvormig, samengedrukt. Overblijvend. 1,5-3 dm. Juni-Augustus.

De plant wordt bij het drogen wat zwart.

tekst van; http://waarneming.nl/soort/info/7626