Prunus cerasus

Prunus cerasus

Prunus cerasus ´Morello´ of kriek, zure kers, morel (synoniem Prunus cerasus Morel, Prunus cerasus Rheinische Schattenmorelle),
heeft een duidelijk andere scheutontwikkeling dan de andere rassen. Bij hem vormt alleen de eindknop aan de eenjarige twijgen een nieuwe scheut. Alle andere knoppen vormen bladeren, bloemen of vruchten, maar geen nieuwe scheuten. De scheuten verkalen en er ontstaan lange, draadvormige takken, die onder hun eigen gewicht en dat van de vruchten doorbuigen, waardoor de typische hangende groei vorm ontstaat.

Alle zure kersen reageren dankbaar op humusbemesting in de vorm van stalmest of compost en op losse grond. Hoewel sterke bemesting grotere vruchten oplevert, kunnen deze sneller barsten en vermindert de smaak van de vruchten.

De vruchten van de zure kers barsten minder snel dan die van de zoete kers, ze worden minder gegeten door vogels en ook minder snel aangetast door de fruitvlieg. Ze zijn wel gevoelig voor moniliarot, bladziekten en virussen.

De zure kers is met armere grond tevreden dan de zoete kers. Voor aanplant in zandgrond wordt hij meestal op een onderstam van de weichselboom veredeld (Prunus mahaleb) en in zware grond op een vogelkers (Prunus avium). Stagnerend vocht wordt slecht verdragen en de groeiplaats moet luchtig zijn. Vanwege de gevoeligheid voor hout- en bladschimmels zijn groeiplaatsen met een hoge luchtvochtigheid, vooral warmvochtige plaatsen af te raden.

tekst van; http://www.tuinkrant.com/plantengids/fruit/38636.htm